3. DE LEIDER
Maar het landschap veranderde.
Alles kreeg een andere kleur: groen, geel,
bruin.
Hun voeten deden pijn van de
veranderende ondergrond, hun kelen werden droog en ze konden zich niet meer
wassen door zich te wentelen in de sneeuw of af en toe een frisse duik te
nemen. En wat moesten ze hier eten, wie waren hun vijanden, waar moesten ze slapen?
De serieuze pinguïn wist het
niet meer. De groep begon te morren en luisterde niet meer naar hem.
De 2 vrijgezellen en de puber
probeerden het moreel op te vijzelen door liedjes te zingen. Eerst allerlei
volksliedjes en andere bekende liedjes maar al gauw waren ze door hun
repertoire heen.
De serieuze pinguïn kende nog
wat franse liedjes maar die vond niemand leuk.
Ook de kinderliedjes van de weduwe waren geen succes. Hulp kwam echter
uit een onverwachte hoek: de leider kende heel veel vieze liedjes.
En dat werd een succes! Opeens zat de stemming er weer in. Op de maat van “het pikkie van de pinguïn” liepen ze weer vrolijk door met de leider voorop. Alle pijntjes en de vermoeidheid leken verdwenen. En toen wist de assistent ook nog wel een pikant liedje en de vrijgezellen kenden goeie moppen. Zelfs de weduwe kende hele vieze liedjes. Dat hadden ze niet gedacht. De puber kreeg het er warm van!
Door die liedjes werd de
leider populair.
Hij hield bijeenkomsten,
besliste wanneer ze zouden stoppen en waar ze gingen slapen. En omdat hij
eigenlijk wel goede beslissingen nam, ging dit
deel van de reis verder voorspoedig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten